Onder de Wol

Onder de wol, hartje zo vol
Ligt snikkent kleine Jantje
Moesje is boos, en rusteloos
Woelt hij in ‘t ledikantje.
Handjes zijn vuil, hij groef een kuil in de tuin.
Maatje heeft hem beknord
Dat mocht Jantje niet doen
En zij gaf hem geen zoen.
Nu ziet hij als hij slaperig word
Tien kleine vuile vingers
En twee handjes zwart als roet
Tien kleine vuile vingers
Waarmee hij veel ondeugens doet
Twee grote dike tranen
Biggelen langs zijn wangen heen
En hij fluisterd zachtjes, half in slaap,
Mammie, Jantje doet ‘t nooit weer.

Ook moeder droomt
Zij ziet beschroomt
Aan s’hemel’s poort klein Jantje

Leave a Reply