Herinneringen

‘s Morgens mag z’eens even neuzen
In het grote onderhuis
Handj’in juffrouws hand, heel zoetjes
Gaan de kleine trappelvoetjes
En de dikke keukenmeid
Zegt met gulle hart’lijkheid:
Goeie morgen, Marjolijntje
Kom j’eens kijken in de kast?
Wil het kindje een rozijntje
Houd dan goed de trommel vast
Marjolijntje, O, jou kleintje Opgepast!

Als de grote, zware deuren
Van het koetshuis opengaan
Komt het freuletje, heel zachtjes
Dwingend met haar liefste lachjes
En de stalknecht tilt haar vlug
Op de brede paardenrug
Wees voorzichtig, Marjolijntje
Houd zijn manen stevig vast
Och, wat koddig poppedijntje
Op die zware paardenbast
Marjolijntje O, jou kleintje Opgepast!

‘t Is alweer zo lang geleden
Marjolijntje is nu groot
‘k Zie de plaats met bonte vanen
Lint- en bloemversierde lanen
Boeren ongezaĆ¢ld te paard
Plechtig op een rij geschaard
Dat zij leve, Marjolijntje
Al getrouwd, waar blijft de tijd
Samen scholen z’op het pleintje
d’Oude tuinman, knecht en meid
Wat zijn we ‘t kleintje ‘t Marjolijntje Gauw al kwijt

‘t Is nu een deftig Marjolijntje
Oud en moe door zielsverdriet
Eenzaam in de sleur van ‘t heden
Vorm’lijk tegemoet getreden
Waar ze in haar klein gebied
‘r Medemens van verre ziet
Maar toch, schatten zou ze geven
Voor wat gulle hart’lijkheid
Voor een stukje kinderleven
Wat rozijntjes van de meid
‘t Marjolijntje ‘t Arme kleintje Zo benijd

Manna de Wijs-Mouton

Leave a Reply